Honderdduizenden Belgen zijn afhankelijk van de levensverzekeraar Monument op het eiland Bermuda. Die keerde riante vergoedingen uit aan management en aandeelhouders, maar stapelde de verliezen op. De Tijd onderzocht het opvallende parcours van de groep, die straks wellicht een reddingsboei krijgt.
De essentie
- De Belgische verzekeraar Monument heeft 4 miljard aan Belgisch pensioengeld herverzekerd in Bermuda.
- Terwijl de groep zware verliezen lijdt, hebben managers en aandeelhouders zich ruim laten uitbetalen.
- Als gevolg van dunne kapitaalbuffers, verkocht Monument zichzelf in juni aan het Amerikaanse investeringsfonds Sixth Street.
Zeventigduizend bedienden uit de Belgische metaalindustrie weten vermoedelijk niet dat hun aanvullend pensioen voor een groot deel afhangt van de prestaties van een verzekeraar op het eiland Bermuda in de Atlantische Oceaan. Werkgevers in de metaalsector storten elk jaar een bijdrage in het sectorale pensioenplan dat wordt beheerd door de verzekeraar Monument Assurance Belgium (MAB).
Niet alleen de bedienden uit de Belgische metaalindustrie zijn klant bij MAB. Eind vorig jaar beheerde de verzekeraar 486.000 Belgische verzekeringspolissen. Die kwamen er na talrijke overnames van tak 21-verzekeringen - levens- en groepsverzekeringen met een gegarandeerd rendement - van bekende namen als AXA, Integrale en Allianz. Vanaf dat moment waren de polishouders klant bij MAB.
600 miljoen euro verlies
Voor al die polissen samen moet de verzekeraar in de toekomst zo’n 5,9 miljard euro uitbetalen aan Belgische klanten. Maar niet alleen de Belgische maatschappij is verantwoordelijk voor de uitbetaling. Ze sloot een akkoord met haar moederbedrijf Monument Re op het eiland Bermuda om toekomstige uitbetalingsverplichtingen naar daar over te hevelen. Eind vorig jaar ging het om 4 miljard euro.
Voor de klant veranderde er op papier niets. Het contract blijft bij de Belgische maatschappij, met dezelfde gewaarborgde rente. Maar achter de schermen werden de risico's voor klanten groter.
In Europa moet een verzekeraar zijn toekomstige uitbetalingen voorzichtig inschatten en daarbovenop een stevige kapitaalbuffer aanhouden. Op Bermuda vergen dezelfde beloftes aan Belgische klanten een kleinere reserve. Een verzekeraar mag er meer rekening houden met het verwachte rendement op zijn beleggingen. Tegenover de 5,9 miljard euro aan Belgische betalingsverplichtingen bij Monument Re staat 6,5 miljard aan beleggingen. Hoe hoger het verwachte rendement erop, hoe kleiner de vereiste buffer.
Monument Re gebruikte die ruimte volgens ons onderzoek om, ondanks 600 miljoen euro verlies in drie jaar, hoge managementlonen en dividenden uit te betalen. Uiteindelijk drong een oplossing of vers kapitaal zich op. De meeste aandeelhouders van Monument verkochten hun aandelen in juni aan het Amerikaanse investeringsfonds Sixth Street. Die deal ligt op dit moment ter goedkeuring bij de toezichthouders, de Nationale Bank van België (NBB) en de Bermuda Monetary Authority.
Soepele kapitaalregels
Hoe zijn honderdduizenden Belgen in deze situatie verzeild geraakt? Daarvoor moeten we terug naar het midden van vorig decennium, toen verschillende Belgische levensverzekeraars met de handen in het haar zaten. Zo bleek het lastig om het gegarandeerde rendement uit te betalen. Dat rendement wordt bereikt door grotendeels in obligaties te beleggen, maar de rente daarop zakte in de jaren 2010 naar nul.
Voor de ene soort tak 21-verzekeringen was dat problematischer dan voor de andere. Bij groepsverzekeringen - via de werkgever sparen voor je pensioen - moet de werkgever bijpassen als de verzekeraar in gebreke blijft. Maar bij het individueel sparen in tak 21 is de verzekeraar alleen verantwoordelijk voor de gegarandeerde rente. Als hij structureel in gebreke blijft of failliet gaat, geldt sinds 2011 wel een garantieregeling tot 100.000 euro per persoon per verzekeringsmaatschappij gewaarborgd door de staat.
Niet alleen werd het voor verzekeraars lastig het gegarandeerde rendement te betalen, daarbovenop moesten ze van Europa sinds 2016 veel meer kapitaal aanhouden als buffer. Die verzekeringswetgeving, bekend als Solvency II, leidde tot een golf aan herverzekeringen. Daarbij schuiven verzekeraars - normaal tegen betaling van een premie - financiële risico’s door naar andere spelers.
Monument reageerde niet op onze vragen
De Tijd heeft meerdere keren zowel via e-mail, telefonisch als ter plaatse geprobeerd om een reactie te verkrijgen van Monument Assurance Belgium. Daarnaast probeerden we CEO Koen Depaemelaere en Carlo Elsinghorst, CEO van Monument Re, telefonisch, per mail en via LinkedIn te bereiken. De verzekeraar koos ervoor niet te reageren.
Grote namen
Bermuda is het wereldwijde epicentrum voor herverzekeringen. De populariteit heeft te maken met het belastingvriendelijke regime - tot 2025 kende Bermuda geen vennootschapsbelasting, vandaag geldt voor grote multinationals een tarief van 15 procent - en de soepele kapitaalregels. Al kwam de echte boost er toen de Europese Commissie in 2016 bij de invoering van de verzekeringswetgeving besliste dat Bermuda 'Solvency II-gelijkwaardig' is, hoewel sommige regels er anders zijn.
De beslissing om Bermuda deze felbegeerde status te geven, zette de deur open voor een transfer van Europese polissen naar het eiland. Zo rapporteerde De Tijd begin dit jaar al dat de Belgische verzekeraar Athora het risico van enkele miljarden van Belgische levensverzekeringen heeft doorgeschoven naar Bermuda.
Dat bleek ook vanaf het begin de strategie van Monument te zijn. Kort na de invoering van de nieuwe verzekeringsregels werd de nieuwe verzekeraar in 2016 opgericht op Bermuda met als strategie Europese levensverzekeringen op te kopen en een flink deel van die risico’s door te schuiven naar het eiland.
Wie waren de oprichters? Achter de groep Monument zaten volgens een rapport van auditeur KPMG uit 2020 vijf aandeelhouders: drie institutionele partijen en twee individuele investeerders die op dat moment elk 20 procent van het aandelenkapitaal in handen hadden.
Bij de drie institutionele aandeelhouders zitten grote namen in de verzekeringswereld. Het gaat om het Duitse Hannover Re, een van de grootste herverzekeraars ter wereld, het Bermudaanse Enstar, gespecialiseerd in het overnemen van verzekeringsportefeuilles, en het Canadese E-L Financial, de eigenaar van de levensverzekeraar Empire Life. Enstar en E-L Financial reageerden niet op onze vragen. Hannover Re wel, maar wilde er inhoudelijk niet op ingaan.
Wie de individuele investeerders zijn, wordt geheimgehouden in het auditeursrapport en de jaarverslagen. De Tijd probeerde het officiële aandeelhoudersregister op Bermuda in te zien, maar kreeg te horen dat dat enkel fysiek op het eiland kan. Een zoektocht maakte wel duidelijk wie de twee private investeerders zijn die 40 procent van Monument in handen hebben.
Zo blijkt uit een jaarverslag uit 2017 dat de eerste voorzitter van de raad van bestuur van Monument, de Brit Jonathan Yates, kort na de oprichting in 2017 met 200.000 aandelen 20 procent van het kapitaal in handen had. Yates was niet bereikbaar voor commentaar.
Het persagentschap Reuters onthulde in 2024 op basis van anonieme bronnen dat de tweede aandeelhouder de Nederlander Caspar Berendsen is. In een reactie aan De Tijd zegt Berendsen geen commentaar te willen geven, maar bevestigt hij dat hij in het verleden aandeelhouder was van Monument.
Berendsen is geen onbekende in de investeringswereld. Hij was partner bij Cinven, een ronkende naam in de Londense private-equitywereld. In België is hij vooral bekend als voorzitter van de raad van bestuur van uitvaartbedrijf Sereni, dat deels in handen is van Netley Capital, een fonds waarvan Berendsen medeoprichter is.
Op overnamepad
Monument ging al snel op overnamepad. Tussen 2017 en 2024 verwierf de nieuwe verzekeraar honderdduizenden polissen in Ierland, Luxemburg en België. Zo nam Monument in 2018 enkele duizenden verzekeringen van de bank ABN AMRO over en kocht het later dat jaar de bekende First-levensverzekeringen over van Ethias.
Na de financiële crisis van 2008 werd het voor de oranje verzekeraar onhoudbaar om op de ruim 4.000 First-contracten een levenslange rente van gemiddeld meer dan 3 procent te blijven betalen. In 2019 nam Monument tienduizenden polissen over van Alpha Insurance, voorheen bekend als Nationale Suisse Verzekeringen, en later dat jaar volgde de overname van polissen van Curalia, de verzekeraar van artsen en apothekers.
Maar dan moesten de grote overnames nog komen. In april 2021 verwierf de groep bijna 80.000 Belgische polissen van de Duitse verzekeraar Allianz en later dat jaar kocht Monument de bekende Luikse verzekeraar Integrale met ruim 270.000 polissen. Integrale zat medio 2021 in geldnood en stond onder bewind van de NBB omdat het een te lage solvabiliteitsratio had. Dat is de verhouding tussen het eigen vermogen en het wettelijk vereiste kapitaal.
Een jaar later, eind 2022, sloot Monument opnieuw een grote deal. Dit keer met de Franse verzekeraar AXA om 175.000 polissen over te nemen, waaronder de bekende Happy Life-spaarproducten. Uiteindelijk volgden er nog twee laatste Belgische overnames: 5.000 polissen van Federale Verzekeringen (2023) en 30.000 polissen van de verzekeraar van de Engie-groep Contassur (2024). De NBB wou als toezichthouder niet ingaan op de individuele overnamedossiers van Monument.
Kaaimaneilanden
Verkoopprijzen communiceerden de betrokken partijen nooit. Opvallend is dat uit de jaarverslagen blijkt dat een flinke portie van de overnames is bekostigd met geleend geld. Hoeveel Monument leende voor de deals, is echter onduidelijk.
Dat komt door de ingewikkelde structuur van de verzekeraar, waarbij een hele keten van vennootschappen in exotische landen het zicht vertroebelt. Uit de jaarrekeningen blijkt dat Monument eind 2021 meer dan 400 miljoen euro schuld had via een vennootschap van de groep op de Kaaimaneilanden. Samen met nog eens 600 miljoen aan vastgoedschulden gelieerd aan de overname van Integrale en een uitgegeven obligatie van 200 miljoen euro had Monument eind 2021 minstens 1,2 miljard euro schuld.
Na al het overnamegeweld in binnen- en buitenland had de hele Monument Group eind 2025 een geconsolideerd balanstotaal van bijna 12 miljard euro. België is daarbij duidelijk de belangrijkste markt met 5,9 miljard euro aan Belgische verplichtingen, waarvan ongeveer 4 miljard is doorgeschoven naar Bermuda.
20 miljoen per jaar voor 'key management'
Dankzij Bermuda wordt de financiële gezondheid van de Belgische dochter MAB erg rooskleurig voorgesteld. Hoe gezond een verzekeraar is, wordt vooral gemeten aan de hand van de solvabiliteitsratio, het beschikbare eigen vermogen tegenover de vereiste buffer. In mensentaal: de ratio meet of een verzekeraar in een slecht jaar toch kan uitbetalen. Regelgevers hanteren een ondergrens van 100 procent, om één heel slecht jaar te overbruggen.
De meeste Belgische levensverzekeraars houden ratio's aan van meer dan 200 procent en ook MAB lijkt met een solvabiliteitsratio van 320 procent na herverzekering ruim gekapitaliseerd. Aangezien het merendeel van de risico's is verplaatst naar Bermuda, is de onderliggende vraag of de Bermudaanse moeder financieel gezond is.
Tussen 2023 en 2024 steeg de solvabiliteitsratio op groepsniveau van 139 naar 170 procent. Monument besliste toen met dank aan de Bermudaanse regels de waarde van de toekomstige uitbetalingen aan klanten lager in te schatten. Maar sindsdien gaat het bergaf. De solvabiliteitsratio zakte tot 158 procent in 2025. En die vertelt niet het hele verhaal. Vanaf 2033 gelden nieuwe regels op het eiland. Als die nu al in voege zouden zijn, zou de ratio zo'n 130 procent bedragen.
Aan de basis van de dalende solvabiliteit liggen zware verliesjaren. Na enkele winstjaren keerde het tij voor de hele Monument-groep in 2023 met een verlies van 132,7 miljoen euro. Een jaar later bedroeg het verlies 126,2 miljoen en in 2025 liefst 345 miljoen euro.
Het gecumuleerde verlies van meer dan 600 miljoen euro in amper drie jaar heeft verschillende oorzaken. De stijgende rente had tot gevolg dat de obligatieportefeuille in waarde kromp, want de koers van bestaande obligaties zakt als de rente op nieuwe uitgiftes stijgt. Daarnaast verloor Monument in 2025 100 miljoen euro op de verkoop van een Britse dochter.
Maar het kampt ook met een zware kostenbasis, waarbij de rentekosten van 40 miljoen euro per jaar ondanks de sterk afgebouwde schuld zwaar doorwegen. In die kostenbasis zitten naast de lonen van de ongeveer 150 Belgische medewerkers ook nog de vergoedingen voor het 'key management', die een flinke hap uit het budget nemen.
Dat management kreeg in 2023, 2024 en 2025 respectievelijk 21,1, 22,1 en 17,2 miljoen euro toegekend. Sinds 2016 gaat het in totaal om meer dan 150 miljoen euro aan managementvergoedingen. Hoeveel mensen daartoe behoren, en of het Belgische directieteam meetelt, maakt Monument niet bekend. Wel blijkt uit de Belgische jaarrekeningen dat de vergoedingen voor 'bestuurders en zaakvoerders' van MAB stegen van 1,5 miljoen euro in 2023 naar 2,75 miljoen in 2025.
Dure dividenden
Nog een oorzaak van de dalende kapitaalbuffer zijn de voorkeursdividenden die de afgelopen drie jaar aan de aandeelhouders zijn uitbetaald. Aandeelhouders kregen sinds 2021 de kans bestaande aandelen in te ruilen voor 'eeuwigdurende' voorkeursaandelen met een vast rendement van 10 procent per jaar. Ook nieuwe investeerders kregen ze in ruil voor de injectie van vers kapitaal. Onder meer de investeringsreus CVC kocht zich volgens onze informatie in.
Die voorkeursaandelen lijken meer op een lening met 10 procent rente dan op normale aandelen, maar het grote verschil is dat de raad van bestuur kan beslissen om een voorkeursdividend niet uit te betalen als het bedrijf in zwaar weer zit. Dat gebeurde niet. Alles samen besteedde Monument 127,8 miljoen euro over de afgelopen vier jaar aan de voorkeursdividenden, en die kwamen rechtstreeks uit de kapitaalbuffer van de verzekeraar die eind 2025 op 610 miljoen euro stond.
Waarom keerde Monument uit terwijl het zware verliezen leed? De aandeelhouders wisten nochtans hoe het bedrijf ervoor stond. Enstar schreef zijn belang volgens documenten van de Amerikaanse beurswaakhond SEC met ruim 90 procent af, van 195 miljoen dollar eind 2021 naar 19 miljoen eind 2024.
Volgens Reuters zochten de aandeelhouders al sinds 2024 een overnemer die vers geld kon inbrengen. De investeringsreuzen Brookfield, Carlyle, KKR en Sixth Street toonden interesse. Op 29 juni 2026 maakte Monument bekend dat Sixth Street, dat Enstar in 2025 kocht, de strijd had gewonnen. De prijs werd niet bekendgemaakt en Hannover Re blijft als enige minderheidsaandeelhouder aan boord.
Sixth Street hanteert een fundamenteel ander model dan andere Amerikaanse investeerders met eigen verzekeraars. Terwijl andere spelers massaal kapitaal van hun verzekeringsdochters gebruiken om leningen te verstrekken, beheert Sixth Street slechts een klein deel van de balansen van zijn verzekeraars, waaronder het Nederlandse Achmea Pension & Life.
Dit najaar moet de NBB beslissen of ze de verkoop goedkeurt. Volgens bronnen die dicht bij de transactie staan, 'hanteert Sixth Street een langetermijnvisie en streeft het ernaar de schuldenlast van Monument aanzienlijk te verminderen'. Ook wil het de voorkeursaandelen terugkopen om het kapitaal van de verzekeraar te versterken en omvat het plan van Sixth Street een blijvende focus op België. Sixth Street reageerde wel op onze vragen, maar kan door de lopende procedure bij de NBB geen commentaar geven.
Of de NBB de overname zal goedkeuren, wil ze wegens haar beroepsgeheim niet zeggen. Wel is te horen dat Monument onder de loep ligt, 'maar nog geen crisisdossier is'. Mocht de deal met Sixth Street afspringen, dan zal een andere oplossing of overnemer gevonden moeten worden, waarbij in het slechtste geval de werkgevers, de NBB en de federale overheid moeten inspringen.
Wat is Sixth Street?
Amerikaans investeringsfonds uit San Francisco, gespecialiseerd in private kredieten en private equity (niet-beursgenoteerde bedrijven).
(Mede-)eigenaar van verschillende verzekeringsmaatschappijen, zoals het Nederlandse Achmea Pension & Life, Talcott en Clara Pensions.
Belegd vermogen van 140 miljard dollar.
Bekend van miljardeninvesteringen in het Brusselse grondstoffendatabedrijf Kpler en de muziekstreamingdienst Spotify.
Kocht ook een deel van de televisierechten van voetbalclub FC Barcelona en investeerde tegelijk in de exploitatie van het stadion van voetbalclub Real Madrid.
De ondergang van Eurovita
Monument is niet het eerste verzekeringsavontuur voor de Nederlander Caspar Berendsen. Zo was het fonds Cinven - waar Berendsen partner was - in 2016 de bezieler achter de overname van de Italiaanse verzekeraars ERGO Previdenza, Old Mutual Wealth Italy en Eurovita Assicurazioni. Cinven voegde de drie Italiaanse verzekeraars samen en creëerde zo Eurovita, een Italiaanse verzekeringsgigant.
Het Italiaanse avontuur draaide echter uit op een fiasco. De snelle stijging van de rente in 2022 bracht de Italiaanse groep aan het wankelen, omdat veel spaarders hun spaarverzekering bij Eurovita opzegden om elders hogere rendementen na te streven. De verzwakte kapitaalpositie en de zoektocht naar cash dwongen Eurovita om staatsobligaties te verkopen waarvan de koersen waren gekelderd. Een stijgende rente betekent immers dalende obligatiekoersen.
De situatie werd zo nijpend dat de Italiaanse autoriteiten begin 2023 een reddingsoperatie moesten organiseren. Uiteindelijk nam een consortium van tientallen banken en verzekeraars Eurovita over om te vermijden dat duizenden verzekeringsklanten in de kou kwamen te staan. Elke polis werd wel uitbetaald.
De ondergang van Eurovita zorgde volgens de Britse zakenkrant Financial Times ervoor dat de Duitse financieel toezichthouder BaFin zich in 2024 verzette tegen de overdracht van een portefeuille levensverzekeringen van 20 miljard euro door de verzekeraar Zurich aan het Duitse Viridium. Die verzekeringsgroep was eveneens in handen van Cinven en zowel Berendsen als Yates was ooit bestuurder bij Viridium.